Natuurgebied Wijboschbroek


Het Wijboschbroek was vroeger een gebied van moerasbossen. Na de grootschalige ontbossingen werd het in de 19e eeuw voornamelijk cultuurgrond met op de lagere, natte delen de beemden (hooilanden). Begin 20e eeuw was het gehele gebied weer bos. De bodem van het Wijboschbroek is voedselrijk, lemig en nat. Voor de aanplant werd vooral de in 1780 in Nederland ingevoerde populier gebruikt. De bossen werden boerenbossen genoemd. Het ging immers om aanplant voor klompen- en zaaghout. De hakhout- en griendarealen leverden het geriefhout, onder ander voor de mandenvlechters, kuipers en bakkers.

Het gebied wordt beheerd door Staatsbosbeheer.
 
Het Wijboschbroek heeft ook een gedeelte dat bestaat uit naaldbomenbos. De naaldhoutsoorten, Grove Den, Fijnspar, Lariks en Douglas moesten het ontstane houttekort na de 2de wereldoorlog opvangen. Ging het aanvankelijk om de houtproductie, sinds 1980 staat het versterken van de natuurwaarden voorop. De naaldhoutsoorten gaan geleidelijk plaatsmaken voor loofhoutsoorten. Het bos verwildert.

Het voorjaar in het Wijboschbroek is oogstrelend. De bosanemonen en slanke sleutelbloemen vormen tapijten onder de elzen, vogelkersen, hazelaars en populieren. Maar ook zeldzamere soorten als Eenbes, Zwarte Rapunzel en Knikkend Nagelkruid komen voor. Op de natte plaatsen vallen vroegbloeiers als Speenkruid, Dotterbloem en Pinksterbloem op.

Door de grote variatie in de begroeiing zijn er veel vogels te vinden, zoals Nachtegaal, Wiele-waal, Winterkoninkje, Sperwer, Havik, Buizerd en IJsvogel. Reeën zijn hier vaak te zien aan de randen van de bossen. Ook vossen, hazen, bunzingen en hermelijnen komen in dit gebied nog veel voor.